Uitgelicht

Waarde Lezer

Op deze bladzijde kunt u een groeiend aantal beschouwingen vinden van de nog niet zo bekende schrijver L.H. Zoutewelle. Daarnaast fragmenten uit zijn vertalingen van de Frans-Roemeense geweldenaar Emil Cioran.

nb: foto’s en afbeeldingen door A.M. van Buren, tenzij anders vermeld

De grote schifting

Ik ben god en ik vind dat het genoeg is.

Alle ruimte hebben jullie gehad om er wat van te maken. En wat werd het? Een stinkende, rokende puinhoop. Het is duidelijk: jullie kunnen je bederf niet beheersen.

Hoofdbrekens bezorgen jullie mij. Ach, die goede oude tijd toen ik kon zien en denken dat het goed was! Nu zal ik moeten schiften: het koren kan kiemen maar het kaf moet weg. Ik ga op zoek naar bloemen op de vuilnisbelt.

Maar wat moet ik me door een korst van rotsvast aangekoekte rotzooi worstelen om een glimp van menselijkheid te zien! Wat een hermetisch systeem van ontmenselijking en vervreemding hebben jullie gebouwd, koppig strevend naar rottigheid…

Het eerste wat ik je ga afnemen is je ego. Je staat niet op eigen benen, je bent geen individu. Je toont dat je de opgave niet aankunt, te worden hoe ik je bedoeld heb. En je bent niet eens een radertje of een onderdeel, zelfs dat idee heb je tot een leugen gedegradeerd, een excuus, een vlag op de modderschuit van je grenzeloze beperktheid.

Ik ken geen betere naam voor je dan parasiet. Je zuigt je omgeving leeg en laat niets achter dan uitgebeende karkassen. De notie dat ik je verzonnen heb om iets te brengen is je volkomen vreemd.

Een soort ballon ben je: je blaast jezelf vol eigendunk en matigt je rechten aan die op niets gebaseerd zijn, maar je een voorwendsel geven om je heerszucht uit te leven, een wanstaltig grote bek op te zetten en blind te worden voor je nietigheid en de absurditeit van je pretenties.

Je wordt alleen maar erger… Je laat je voorstaan op je gebreken, je verheft je status van slachtoffer tot onaantastbaarheid en krijst als een uit zijn proporties gebarsten baby tot je wezenloze soortgenoten je je zinloze zin geven.

Je verzint klaterende, schetterende drogredenen om je boven anderen te stellen: afkomst, geloof, politieke oriëntatie. Holle verzinsels, verbale stokken om je honden van soortgenoten mee te slaan en je zelf een hele baas te wanen.

Je ambitie is verzand in begeerte: de roofzucht die een monster van je maakt en alles binnen je bereik aantast. Het paradijs dat ik je gaf is in een giftige hel veranderd. Je schiep een ontaarde orde, waarin de grootste monsters de rest tot robot reduceren, nog net goed genoeg om voor een paar rotcenten het sloopwerk te doen.

Een meelijwekkend misbaksel ben je, een klakkeloze vervalser van alles wat de moeite waard is. Ik keer terug op mijn schreden: er is geen redding denkbaar, ik laat je soort verdwijnen.

Misantropie, voor hypocrieten verklaard

Van jongs af aan weet ik dat ik tot een soort behoor die uit riekende mest gekleid is. Het is dan ook met verbijstering dat ik hoorde van dat gebod om de ander lief te hebben als jezelf. Misschien omdat ik mezelf niet tot maat der dingen neem, maar vooral omdat de anderen die frase tot een onwereldse absurditeit reduceren.

Iedereen die leeft heeft een lange serie brutaliteiten moeten slikken, een kolossale sliert vernederingen moeten ondergaan, een ellenlange reeks krenkingen moeten verteren. En terecht! De grootste dwaasheid is denken dat je wel of niet verdient wat je krijgt, de grootste zelfoverschatting dat je nooit enige schade aanricht in andermans porseleinkast.

Schril wordt het pas echt bij wie zijn teerheid cultiveert. In iedere beledigde gist de agressie, achter iedere aanstoot schuilt de intolerantie, onder iedere teergevoeligheid sist een militant narcisme. Stinkende innerlijke resten hopen zich op bij gebrek aan vuilverbranding. Wie zichzelf niet weet te verzengen besmeurt de wereld met zijn drek.

Ik heb altijd een hekel gehad aan het woord hygiëne. Niet door het woord zelf, maar door hen die er de mond vol van hebben. Luister maar: nooit hebben ze het over het algemene welzijn zonder zichzelf de hoogte in te steken: zij deugen want zij weten zich schoon te houden. Breid deze houding uit naar het sociale en je zakt in een moeras van alledaagse narigheid: iedereen selecteert, iedereen classificeert, sluit sommigen in en anderen buiten. Elk mens is een wandelende discriminatiemachine, die bewust en onbewust wikt en weegt, beoordeelt en verwerpt, ophemelt en verguist.

En hoe kan het ook anders? Mensen zijn te complex en te vaag om werkelijk te doorgronden. Instincten geven de toon aan. Niemand kijkt objectief naar wie dan ook. De psychologie maakt vorderingen, maar in het dagelijks gebruik verschillen mensen nog altijd nauwelijks van de wezens die knorrend en grommend met elkaar omgaan.

Daarom is niemand onwaarachtiger dan degene die beweert dat misantropie hem vreemd is. De mens wordt bestemd, gedwongen en getraind om een hekel te hebben aan zichzelf. En aan wat hij van zichzelf herkent in anderen. De mens leeft door zich te voegen in een orde die hem amputeert en vermaalt. Het lege blad wordt vanaf de geboorte beklodderd, en niet met poëzie.

Wie in de spiegel kijkt op zoek naar zichzelf richt de blik diametraal verkeerd. En wie in zijn innerlijke spiegel kijkt ziet zijn hoogstpersoonlijke portret van Dorian Gray, waarin al wat vuil, gemeen en lelijk is vorm heeft gekregen. Wie tevreden is met zichzelf geeft blijk van blindheid. Geen verachtelijker onderkruipsel dan de kwal die denkt dat er niks met hem mis is.

Geen eerlijkheid zonder desillusie, geen nuchterheid zonder afkeer, geen werkelijkheid zonder walging. Desillusie is doorgebroken intelligentie, afkeer het resultaat van iedere oprechte reflectie, walging de opbrengst van een werkend gezond verstand. Het niets is het enige integere streven. Gegroet zij de leegte in u.

Meeting Elvin


As a boy I thought the drummer from Status Quo was the coolest guy in the world, so I wanted to become a drummer. But my parents made me take lessons on classical guitar, an instrument they thought more appropriate. Some five years later, considering this didn’t work very well, music school was flexible enough to transfer me to drums. I did a lot better on the instrument I wanted to play in the first place, and when I was seventeen my teacher told me I had to widen my horizon: for him to continue to teach me I’d have to take up an interest in music other than hardrock.

Fortune intervened: the little town a lived in was visited by a Great Drummer. So I went to this tiny bar, which was full to overflowing. There was plenty to be learned that night: I had never heard jazz like this, heard no one play the drums in this fashion, rolling over you like a tidal wave… It was a real peak-experience. I lingered after the concert, and when Elvin reappeared I surpassed my usual timid self, embraced him and told him he was the greatest. I don’t remember exactly what he said in return, but being the amiable person he was, it must have been something like great, thank you…

A few years later I found myself in this little shop (in Holland, I don’t have to tell you what kind of shop that was, now do I?). The owner said make up your mind, I’m closing, because I want to see Elvin. SAY WHAT? Yes, there I was, away from home but near a place where Elvin played. I hurried over and mixed with an audience that just sat there, drinking their little drinks and smoking their little smokes. I won’t be so bold as to say it was due to me, but at the end of the concert the whole venue was boiling, and when the musicians reappeared the audience had them walk unter an arch of outstretched arms. Elvin seemed to like it, and later referred to this concert as one where people were especially enthusiastic…

Third time: the great annual party, North Sea Jazz, and the 1999 edition featured an exquisite array of drummers. I saw Max Roach, Louis Bellson, Al Foster and Elvin all in one night. Events so overwhelming become a blur afterwards, but I remember Elvin giving a little speech halfway his concert which was so endearing that you could feel people melt. He had this way of laughing, half shy, half naughty, which could turn you to jelly…

A few years later, and I saw this snaredrum skin in the second-hand bin of a music store. Of course I scooped it up. Would it be the one Elvin played on that night?

Bericht uit Frankrijk: het proces-Charlie


Vijf jaar na de aanslag: het proces. De hoofddaders zijn dood, ze hebben zelfmoord-door-politie gepleegd, maar een dozijn adjudanten, wapendealers en andere betrokkenen is gedaagd. Sommigen na al jaren gedetineerd te zijn geweest, een enkeling nog niet. Eén zal er niet bij zijn, hij loopt vrij rond in Algerije.

Hoe verslaat een periodiek de ramp die het bijna heeft geëlimineerd? Charlie Hebdo vond een schrijver en een tekenaar bereid om het proces bij te wonen en een serie dagelijkse verslagen met bijpassende tekeningen te maken. Een loodzware opgave: er zijn 49 dagen voor het proces uitgetrokken en behalve het herbeleven van de aanslag leggen de opsommingen van boven water gehaalde omstandigheden, de verhalen van de nabestaanden, de leugens van de daders, de mechanische traagheid van de procesgang en de amorele slimmigheidjes van de advocaten een onmenselijk beslag op hun weerstandsvermogen.

Eigenlijk nam de schrijver van de verslagen een taak op zich die voor één man teveel is. Een paar keer besloot hij zijn stuk met de uitgeputte constatering dat er nog veel meer te zeggen was, maar dat hij het het niet meer opbracht. Eén keer zelfs omdat hij de te schetsen figuren te afstotelijk vond. (Stel je zelf maar het sujet voor dat door zijn onderwereldcollega’s het monster wordt genoemd…) Ik bewonder zijn vermogen om het verhaal een bredere betekenis te geven en vergeef hem graag dat hij af en toe in deftig geformuleerde algemeenheden blijft steken bij de al te concrete ellende die hem twaalf uur per dag om de oren vliegt.

Het proces is de zesde week ingegaan, ik heb de eerste vijfentwintig verslagen gelezen en probeer een min of meer thematische samenvatting te geven.

Het zwaarste onderdeel was zonder twijfel de reconstructie van de aanslagen. Urenlang werden er beelden getoond van de twee monsters die de Charlie-executies uitvoerden en het brein, dader drie, die moordend en brallend de koosjere supermarkt in een bloederig inferno veranderde. Beelden waarbij veel getuigende nabestaanden en overlevenden de zaal verlieten. Zij kregen de mogelijkheid om te vertellen over hun verdriet, de schrijver nam de ruimte om hun waardigheid, hun menselijkheid en hun gebrokenheid of juist hun opstandigheid te schetsen.

De ondervraging van medewerkers van de diverse veiligheidsdiensten die de aanslagen niet konden voorkomen gaf een beeld van de ongrijpbaarheid van de daders, vooral de twee broers, die een onbenullig leventje leidden en zo onder de radar bleven. Zij die de meeste doden veroorzaakten leefden als gameverslaafde sufferds, zich onderhoudend met wat kleine criminaliteit. Ze deden dat in een onmaatschappelijk, bijna compleet sociaal vacuum, totdat het brein van de aanslagen hen tot actie aanzette. Deze, dader drie, verborg zich allerminst, stal met hulp van zijn vrouw door oplichtingspraktijken een kapitaal bij elkaar voor de wapenaankopen (er was geen sprake van financiering van buiten) en manipuleerde een aantal schurftigen tot medewerking, mede doordat hij ze bij hem in de (drugs-)schuld zette.

Te denken gaf het portret van de vrouwen van de twee Charlie-schutters, die hun staat van taqiya, de verhulling van de ware bedoelingen van moslimradicalen voor de buitenwereld zo ver voerden, zo diep in hun leven hadden ingebed, dat het hun bestaan had opgegeten: ze waren lege hulzen geworden, door het stelselmatig veinzen van aangepastheid van iedere persoonlijkheid ontdaan: robots van en eigenlijk zonder enig geloof. Een ijzingwekkende schets, die bij nadere beschouwing op veel meer mensen kan slaan…

Een cruciaal aspect: de bewapening. Zeer precies kon gereconstrueerd worden hoe en via wie de hoofddader aan zijn enorme collectie wapens kwam. De lijnen liepen naar Slowakije, waar bepaalde types zware geweren, mits onklaar gemaakt, makkelijk verkrijgbaar zijn, Lille, waar een onderwereldgriezel ze weer gebruiksklaar maakte, en België, waar ze uiteindelijk verhandeld en overhandigd werden. De centrale figuur in dit hoofdstuk loopt nog vrij rond en beweert met een stalen gezicht dat hij politieinformant is en dus vrijuit dient te gaan.

37 Miljoen telefoonsporen zijn geanalyseerd, waaruit een beeld ontstond van de gangen van de schil rondom de drie schutters. Daarmee kwam lang niet het hele verhaal op tafel, want de gesprekken zelf zijn niet achterhaalbaar en sms-jes werden stelselmatig gewist. Er is veel duidelijk geworden toen een Belgische rommelaar schrok bij het zien van één van zijn klanten op tv en de politie toestond zijn mottige garage te onderzoeken, wat duidelijke sporen, zoals een bestellijstje van de wapens, naar de hoofdpersoon en enkele van zijn adjudanten opleverde.

En natuurlijk, zoals bij ieder proces waar gore types in de beklaagdenbank zitten, zijn er hun nauwelijks minder gore verdedigers. Er staat veel op het spel, iedere beschuldigde hangt twintig jaar cel voor deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk boven het hoofd. Een aantal van hen heeft er al bijna vijf jaar detentie opzitten, de maximale termijn van voorarrest, dus doet het gebefte gajes zijn gemene best om het proces te vertragen: bij ieder vermoeden van virusbesmetting wordt het stilgelegd, dus is er bij iedere onwelwording opschudding, en heeft de weerzinwekkendste onder hen, een juffrouw met een dubbele naam, al bezwaar gemaakt tegen het verplicht dragen van mondkapjes, want “we worden gemuilkorfd”. Nooit een gebrek aan gelegenheidsargumenten bij de aasgieren van de rechtsstaat.

Wordt vervolgd.

Kut met peren op de kunstmarkt

Soms moet je achteraf constateren dat alles tegenzat.

Zo kwamen de vrouw en ik netjes op tijd aangereden in ons buurdorp, voor de derde keer deelnemer aan de kunstmarkt die de plaatselijke Vereeniging daar zo af en toe houdt. Op de nationale feestdag, en er werd verder vanwege dat pestpokkevirus nergens anders iets georganiseerd, dus kijkers genoeg. We stonden in een aardig hoekje, voor zover mogelijk uit de blèrende wind die van over het meer kwam aanwaaien. Het weer wilde niet meewerken: de eerste helft van de dag moesten we de regengevoelige spullen een keer of tien bedekken voor de traditionele bretonse druilbuitjes. De gevoelstemperatuur zal ook toen het verder droog bleef de vijftien graden amper gehaald hebben.

Wat mij met het vorderen der uren toenemend chagrineerde was het handelsklimaat. De binnenlandbretonnen, niet bekendstaand om hun royale en impulsieve aankooppatroon, leken toch niet alleen van plan om het bij kijken te laten: voor en achter ons werden deals beklonken. Het werd de kopers hierbij makkelijk gemaakt, daardat wat ze kochten een onwerkelijke prijs had: de betreffende verkopers konden, zo leerden we in de voor hen stille momenten, beide al op een redelijk pensioen rekenen en vroegen bedragjes waar serieuze kunstenaars misschien in Albanië hun neus niet voor zouden ophalen. Beide ervaren rotten, die met risicoloze routine grossierden in klamme en karakterloze figuratie. De een in regelrechte toeristenaandenkentjes (het kerkje van hier, het vuurtorentje van daar, keurig gerangschikt in bakken…), de ander in vermoedelijk fictieve landschapjes, waarvan hij ijverig aan alle belangstellenden uitlegde dat ze hier of daar te vinden waren. Beide onaantastbaar in hun ondermijnende prijsbeleid, want voorzitter en ex-voorzitter van de club. Kruideniers in de kunst en altijd voordelig.

Had ik al gezegd dat de vrouw NIETS verkocht? Ik kan wel gillen van razernij. Hier zijn twee pure hobbyisten die de markt verzieken voor wie wel een eerlijk uurtarief nastreeft, door het publiek te laten wennen aan veel te lage prijzen. Intussen hebben ze de mond vol van hoe het moet… Lopen aan het einde van de dag in ons gezicht te fluiten terwijl ze konden zien dat wij de hele dag droogstonden. Vinden het niet meer dan vanzelfsprekend dat je na een dag van niks, niente, nihil, nada ook even de dranghekken en ander gemeentemeubilair helpt opruimen…

Ik heb er een kloterige nacht van. Ik formuleer bijtende franse zinnen over hoe ze het gras voor andermans voeten wegmaaien en dan ook nog doen alsof ze daar niks aan kunnen doen. Het enige voorbehoud dat ik maak is het tergende gebrek aan zelfvertrouwen waarmee de vrouw behept is, wanneer het om het vermarkten van haar juweeltjes gaat. Haar frans is zogenaamd nog niet goed genoeg. Alsof het zo moeilijk is om mensen aan te spreken en “mooi hè” te zeggen…

Zelfportret in elf platen

1 Status Quo: Hello
Ik was dertien en kreeg een lullig beetje zakgeld. Niet getreurd, ik vulde het aan en bewees mijn miljeuvriendelijkheid door statiegeldflessen uit de alkmaarse grachten en parken te vissen. Ik had altijd een zak bij me, en vulde die zelfs wanneer ik met mijn toenmalige hondjo naar het strand ging, want er was eind jaren zeventig blijkbaar een container met lege spa-flessen overboord geslagen en die brachten mooi twee kwartjes per stuk op… Ik ging ermee naar de groentebalie van de V&D-supermarkt en incasseerde mijn guldentjes, die ik bij de platenbalie van zelfde bedrijf inruilde voor – zie boven. Waarom ik deze als eerste kocht en niet On the level, die ik eigenlijk beter vond, weet ik niet meer, maar uiteindelijk had ik ze toch allemaal, zoals het de rechtgeaarde geobsedeerde gek alias fan betaamt. Aan het einde van ieder kwartaal leukte de muziekleraar zijn cursus op door zijn pupillen toe te staan in de klas een stuk van hun favoriete plaat te draaien. Ik wist er nog wel eentje: softer ride, dat na een lang intro op bescheiden volume typisch quo-ig knallend losbarstte… haha, daar had ik mijn nietsvermoedende klasje mooi te pakken!

2 Tubes: Now
Ik was zestien en begon mijn smaak een beetje te verbreden, want je hele leven alleen naar Status Quo luisteren zou misschien toch een beetje benauwend worden. Gelukkig kreeg ik wel eens een tip van mensen die naar andere dingen luisterden en dit bandje was er één van. Deze plaat is zo divers dat hij bijna ongrijpbaar wordt, met alles van blues tot punk en via luisterliedjes met verfijnde teksten terug naar, uh… punk misschien? Ik kon er eindeloos naar luisteren, want hij was geknipt voor mij: uren in het laboratorium maakten een weirdo van mij, ik wist me geen raad wanneer iemand eens aardig voor me was, werd gek van verlangen, vond mijn klasgenoten vervelend, opgeprikt, geen lol aan en ik was vatbaar voor het idee dat het niet ver is van de eerste noot die je speelt tot de laatste… Met al hun klasse hadden ze een nogal ruig imago, en toen ze in de jaren tachtig nog wel eens in het land waren durfde ik er niet naar toe. Pas een jaar of vier geleden heb ik ze eindelijk live gezien, en het viel bepaald niet tegen. Nogal ontluisterend dat een band van deze klasse dayjobs nodig heeft…

3 Oregon and Elvin Jones: Together
Eindexamenjaar: schoolonderzoeken, leeslijsten… leuk en aardig, maar er moest ook gedrumd worden. Ik had les en begon een beetje samen te spelen, op school (fuck dat engels in het achtste uur) en daarbuiten, met een paar gasten die al wat verder waren maar blijkbaar geen betere drummer konden vinden. Een ervan werkte in een net in Alkmaar neergestreken jazzcafé, en toen dat iets bijzonders in de aanbieding had wist hij me naar binnen te loodsen. Ik had nog nooit van de man in kwestie gehoord, wist amper wie de John Coltrane was bij wie hij gespeeld had, maar goed, de drumleraar vond dat ik jazz moest leren, omdat hij me anders niets meer te bieden had. Dit concert kwam op het juiste moment: dus jazz kon ook hard en meeslepend zijn; op gewone trommels kon je ook met paukestokken spelen; een beetje vals kan ook mooi zijn… zelden zal ik op een avond zoveel geleerd hebben… Ik was helemaal blij, bleef hangen na afloop en toen Elvin zich weer vertoonde heb ik hem omhelsd en verteld dat hij de greatest was. Aardige vent als hij was liet hij het maar gebeuren, straalde en zei iets als nou leuk jochie. Een vonk sprong over… ik was reddeloos verloren voor elk ander instrument en het had weinig gescheeld of ik had ja gezegd toen de drumleraar (ik ben geneigd te zeggen drumboer, want een vreselijke boer was het) vroeg ik of na mijn eindexamen niet op zijn muziekpedagogische schooltje verder wilde studeren… Elvin Jones is een monument en heeft na zijn tijd bij Coltrane op honderden platen meegespeeld. Dit is er een waar hij op zijn allerbest is, uitgedaagd door de wat zweverige maar wel geweldig goede band Oregon. Een gouden combinatie.

4 Raymond van het Groenewoud: Habba
Mensen zijn zulke zeikerds! Plaats je een plaatje van je favoriete platen: is het niet goed. Schrijf je er een stukkie bij: is het niet goed. Zeg je dat je het gemakzuchtig vindt dat anderen er geen stukkie bij schrijven: is het niet goed. Hun frustratie hijgt in je nek. Ze weten dat ze teveel zijn, maar dat zal ze niet tegenhouden. Ach, wanneer zal ik van ze bevrijd zijn? Raymond begrijpt mij, daarvan getuigt deze plaat. Daarom houd ik van deze plaat. En niet van mensen. Leuk detail: deze plaat uit 1984 is grotendeels volgespeeld door de jongens van Doe Maar en geproduceerd door Henny Vrienten.

5 Tony Williams: Million dollar legs
Deze moet ik een keer of tweehonderd gedraaid hebben rond mijn twintigste. Verplichte kost voor drummers, hij leerde me hoe onweerstaanbaar je op je hihat kunt swingen en hoe duizelingwekkend gitaarwerk kan zijn, met dank aan de unieke capriolen van Allan Holdsworth. Oude liefde roest niet, ik hoor hem nog altijd graag, al ben ik de vioolarrangementen (!) misschien een beetje kitscherig gaan vinden en een tekst als “you brought joy to my heart, so let’s make love” … ach, je moet je idolen af en toe iets vergeven.

6 André Ceccarelli: Ceccarelli
Een ramp: op een dag werden mijn platen gestolen. Ik had er al een paar honderd en toegegeven, er zat ook nogal wat rotzooi bij, maar toch, niet fijn. Awel, ik begon opnieuw te verzamelen, en dit was een van de eerste vondsten waar ik echt blij mee was. Een kennismaking met de franse scene: er spelen nogal wat mensen mee die nog altijd actief zijn, veertig jaar later. Een paar studenten uit de Magma-academie… je krijgt de indruk dat het franse muziekleven aardig overzichtelijk is. Aan personele continuïteit geen gebrek: een paar jaar geleden kocht ik een plaat waarop liefst drie deelnemers aan deze plaat meededen. Aardig om te horen hoe de zanger nog steeds hetzelfde onweerstaanbare accent heeft (alleen engelsen die frans proberen zijn grappiger dan fransen die zich aan engels wagen…), maar ook hoe onvergelijkelijk veel beter de opnametechniek is geworden. Hier en daar, als je goed luistert, is er enige vooruitgang in de muziek.

7 Buddy Rich: Both sides
De eerste plaat waarnaar ik op jacht ging toen mijn collectie gestolen was, was deze. Niet geheel toevallig: het was mijn eerste jazzplaat en hij was me dierbaar. Beide zijden: Buddy de bigbandbeul en Buddy de dragende kracht in kleinere ensembles. Een natuurtalent, zelfs door Charlie Parker bewonderend aangestaard wanneer hij lekker bezig was. Leerde ongeveer tegelijkertijd lopen en drummen, maar werd gekweld door hevige rugpijnen en kreeg het bijbehorende chagrijnige temperament. Zijn woedeuitbarstingen jegens bandleden die niet genoeg hun best deden waren berucht. Er heeft ooit iemand stiekem een opname van gemaakt, je wilt er het mikpunt niet van zijn. Alom bewonderd als hypertalent door vakgenoten en outsiders. Er is een schattige foto van hem en de drummer van Status Quo, die ook eens achter zijn drumstel mag zitten en in adoratie naar hem opkijkt. Wanneer iemand de dwaasheid begaat, het drummertje van de rollingstoons van talent te betichten, wimpelt die dat bescheiden af en zegt: Buddy Rich, die had talent… Ik vond de plaat terug en zette snel mijn krabbel erop: die raak ik nooit meer kwijt.

8 Paul Brett: Phoenix
Kunst is kunst. Soms koop ik een plaat alleen vanwege de hoes. Ik geloof dat ik deze één keer gedraaid heb. Ik zag hem ergens, weet niet eens meer waar, en herkende onmiddellijk de signatuur: Ralph Steadman, de weergaloze sfeertekenaar en kompaan van Hunter Thompson. Sommige platen kun je beter aan de muur hangen, en laten hangen.

9 Daniel Denis: Les eaux troubles
Wie in Parijs op zoek gaat naar jazz kan snel vinden. Tussen het Forum des halles en de Seine is in een klein straatje, de Rue des Lombards, een hotspot waar je altijd terechtkunt. Een tent voor de achtergebleven dixie-stompers, een tent met een kelder, een tent met een bovenzaaltje… even een niet kinderachtige entree betalen en je een monsterlijke cocktail laten aanmeten, en klaar ben je. Een goeie tijd geleden zat ik in het bovenzaaltje bij een sessie, waar het publiek bijzonder enthousiast reageerde op de komst van een tanig mannetje, dat zich niet lang liet smeken om achter de drums te gaan zitten en… onweer, donder en bliksem! Het heeft me altijd verbaasd hoeveel venijn er in die franse drummers zit. Ze spelen als door de duivel bezeten. Ik vergat de naam en toen ik jaren later van een collega een bandje kreeg met werk van twee franse grootheden… had ik eigenlijk nog steeds geen idee. Pas in het utube-tijdperk begon ik me af te vragen: was dit misschien die Daniel waar ze in dat bovenzaaltje zo blij op reageerden? Ja dus, hij bleek een waal te zijn, al jaren een vermaard avantgarde-bandje te drijven (Univers Zero) en in zijn instrumentatie niet terug te schrikken voor het gebruik van fagotten en ander vreemds. Ik zet hem in dit rijtje omdat hij mij geïnspireerd heeft. Eigenlijk tot iets heel simpels: er staat op deze plaat een ernstig stuk, funerair bijna, naar aanleiding waarvan ik dacht: ja, ritme hoeft niet statisch te zijn… ik ben lang gaan puzzelen… het leverde een stuk op dat als een strand met aanzwellende golven in een ruim bemeten maat een langzame versnelling bevatte…

10 Robert Palmer: Some people can do what they like
Sommigen moeten ploeteren, sommigen niet. Sommigen kunnen alleen dromen, sommigen kunnen doen wat ze willen. Ik heb deze plaat al heel lang (vraag me niet hoe ik eraan kom…) en houd van de programmatische titel. Streeft niet iedereen ernaar te kunnen doen wat hij leuk vindt? Ik ben zover, ik loop niet meer aan de leiband van ouders, werkgevers, zogenaamde vrienden en mijn zeikerds van ex-landgenoten… maar kijk uit: kunnen doen wat je leuk vindt betekent niet zomaar alles kunnen. Robert dacht het misschien, maar hij rookte als een schoorsteen en heeft dat met een vroege dood moeten bekopen…

11 ELO: Masters of rock
Het is een proces waar zovele bands doorheen gaan. Fris beginnen, vernieuwende ideeën hebben, alles moet anders. En daarna slaan de maniertjes toe, de suggesties van boekhouders en managers worden leidend. Het is verleidelijk om dit proces in morele termen te gieten, het over sell-outs en knievallen voor het grote geld te hebben: being only in it for the money… Zo werd ik op het verkeerde moment fan van Status Quo: na een paar jaar onverzettelijke, compromisloze rock’n’roll zette het verval in en werd hun muziek slapper en omzetgerichter. Ik wilde niet van wijken weten en bleef fan tot het echt niet meer te pruimen was. Ze bleven daarna nog een paar decennia bestaan, want ja, ze hadden als tieners hun eerste akkoordjes gespeeld en hun eerste succes gehaald, ze wisten en konden niets anders… Iets soortgelijks gebeurde er bij het Electric Light Orchestra: een paar spannende, avontuurlijke jaren en daarna sloeg de routine toe en kon je aan de eerste maten van hun zoveelste radiovriendelijke deuntje al horen dat het weer niets was. Hele generaties groeiden op met hun muziek, zonder zelfs maar te weten waar die drie letters ELO voor stonden. En ik ben de purist, die de eerste paar platen geweldig vond en de rest… ach, fan zijn is leren dat je soms maar beter discreet kunt zwijgen.

Theologie

Er schuilen vier gedaanten in mijn borst.

Duivel:
“Godverdegodver, heb ik een probleem! Ik dacht mijn goed, het kwaad, te verbreiden door ze rare beestjes te laten eten en met onzichtbare vijanden op te zadelen en kijk: ineens gaan ze een beetje verstandig zitten doen… Ik vorderde zo lekker met het veranderen van de aarde in de hel op aarde en kijk nou: herten in binnensteden en dolfijnen in de kanaaltjes van toeristeninferno Venetië… Zelfs de verwoestende aardolietrollen gooien het bijltje erbij neer. Ineens zijn mijn handlangers Poetin, Trump en Xi in gesprek wanneer ik ze bel. En waar hebben ze het over? Mondkapjes en ventilatiemachines! Dit gaat helemaal verkeerd… Maar ik ben koppiger en kwaadaardiger dan zij. Let maar op, ze zijn dit al te vredige interval zo weer vergeten, want er moeten winstdoelen gehaald en hypotheken en staatsschulden afgelost. Bovendien moet de wereld verbeterd worden voor hun vervloekte kinderen (zijzelf zijn al reddeloos verloren, hehheh). Ik maak me geen zorgen, want ik ken mijn pappenheimers.”

God:
“Mooi! Eindelijk bindt de mens een beetje in. De planeet haalt opgelucht adem, de lucht, het water en wat er over is van de bossen worden weer frisser. Vogels zingen en iedereen kan het horen want er is zoveel minder lawaai. Wel jammer dat ik er dat nare virusje voor heb moeten scheppen. Ik heb de mensen de vrijheid gelaten om een betere weg in te slaan en hoop dat ze nu eindelijk eens serieus gaan aanpakken. Misschien zelfs dat een enkeling iets ongehoords doet en zijn leven verandert. De planeet waarop hij leeft niet meer als een veroveraar en uitbuiter maar als een gast en smekeling benadert. Ik weet dat het een hele stap is, want mensen zijn banger om uit de pas te lopen en scheef aangekeken te worden door de buurman dan om met z’n allen naar de drommel te gaan. Maar omdat ik de god der liefde ben, ben ik verplicht te denken dat het goed zal komen.”

Demon:
“Ach, kijk ze nou toch eens… allemaal in paniek! En er was bijna niets voor nodig: ik hoefde alleen een idioot volk in te blazen dat hun potentie gebaat zou zijn bij het eten van de gemalen schubben van een of ander kruipend diertje. Geen enkele moeite om nog achterlijker idioten massaal op jacht daarnaar te laten gaan en hup, even mengen en roeren, ietsjes te kort koken en het soepje maakte de hele wereld ziek. Hahahahaha! Zie ze binnen zitten tandakken, benauwd om hun omzet en boos omdat hun lullige vakantie niet doorgaat. Werkelijk, beste fans, ik heb de tijd van mijn leven. En ik maak me geen zorgen of ze de crisis weer te boven komen. Het is zelfs in mijn belang dat ze dat doen, want die zogeheten klimaatontregeling waarmee ze zo lekker opschieten wordt het leukste feestje van allemaal. Stel je maar voor: wanneer de halve planeet onbewoonbaar is geworden en de ene helft van die schooiers ruimte bij de andere komt opeisen. Laat maar komen dat zogenaamde herstel, laat dat roofkapitalisme maar lekker doorwoekeren en laat die malle ecologie en die gemaakte soberheid van wie zich inbeeldt dat hij verstandiger moet leven vooral een marginaal verschijnsel blijven. Dat zal ook wel, want de mensen zijn hulpeloos gemaakt en hoe dan ook te dom om hun huid te redden.”

Engel:
“Misschien moet ik eens wakker worden. Eeuwenlang heb ik gedacht dat het niet mijn tijd was. De laatste twee daarvan heb ik mij niet kunnen vertonen, want mijn vleugels zouden geblakerd worden door het kolenstof, de dieseldampen of die vreselijke bosbranden overal. Ik kan niet wachten om te verschijnen en mijn werk te doen. De hemel weet dat het nodig is! We gaan de mensen weer vertellen wat goed voor ze is, want dat zijn ze duidelijk vergeten. Ja, ik krijg er zin in: van schouder op schouder springen en al die arme vervreemde wezentjes het goede nieuws vertellen: Kijk, het is helemaal niet moeilijk, alles wat je hoeft te doen is niets! Niemand dwingt je iets te maken, want er is al veel te veel: kijk eens goed waar al dat geproduceer je gebracht heeft. Ga lekker bij elkaar zitten en liggen en ontspan. Je bent gemaakt om van elkaar en de zon en de wind te genieten. De rest is duivelse inblazing…”

En ineens…

Ineens staat de helse machine stil
Is het niet prachtig? Eén onzichtbaar klein dingetje springt over en alles komt tot rust. Het hele maniakale mechanisme blokkeert. Piepend en knarsend komt de op hol geslagen kermis tot stilstand.
Ineens, in die ongekende stilte, bereikt de overvoerde mens een vlak van ongehoorde gedachten. En moet hij zichzelf wat bekennen:
Er was geen vooruitgang. Er was alleen vlucht naar voren.
Er was geen oplossing, er was alleen verergering van dezelfde problemen.
Er was geen groei, er was alleen afbraak.
En straks, wanneer iedereen weer uit de isolatie mag, zal het even hard doorgaan.
Zullen de talloze miljoenen de aarde, de zee en de lucht weer plunderen en verstikken.
Friemelen ze weer de vier hoeken van de planeet over, op zoek naar de ervaring die ontsnapping moet bieden uit hun ingekerkerde leventje, de illusie moet bestendigen dat ze uniek en onvervangbaar zijn.
Zullen de fabrieken weer op volle toeren draaien om de miljarden overbebreinde onderkruipsels weer van de troep te voorzien die hun lege hartjes begeren.
Zullen ze weer alles opvreten wat los en vast zit en verdringen dat de holte in hun hersentjes zit en niet in hun ingewanden.
Zullen ze weer net zo hard weglopen voor het besef van hun woekerende schadelijkheid. Het besef dat ze zelf het virus zijn en dat alleen hun uitsterven de oplossing biedt.

Viraal 23

” Wie zich aan de samenleving wil onttrekken wordt vervolgd en gehoond; wie een vak heeft, een titel achter zijn naam, een zegel op zijn nietigheid wordt alles vergeven. Door de vermenigvuldiging van de middelen om zich te onderwerpen, door zijn vrijheid af te zweren en zijn innerlijke vagebond te doden heeft de mens zijn slavernij verfijnd en zich onderworpen aan spoken. Zelfs zijn minachting en opstandigheid heeft hij alleen gecultiveerd om zich te laten domineren, slaaf als hij is van zijn houdingen, zijn gebaren en zijn stemmingen. “

Viraal 22

” Daar, zeg ik bij mezelf, is de negatieve bekroning van het mensdom: het wezen dat zich een goddelijke afstamming aanmatigt in al zijn naaktheid, meelijwekkende valsemunter van het absolute. Daar is het op uitgelopen: dit beeld dat alleen op zichzelf lijkt, nimmer door gods hand gekneed slijk, gedierte dat door geen engel is aangeraakt, een oneindige gebaard in gegrom, ziel geboren in een stuip… “